Ritualen en symbolen

De Vrijmetselarij is geheel doordrenkt van ritualen en symbolen. Uitgangspunt is dat de Vrijmetselaars proberen de oudtestamentische tempel van Salomo te herbouwen. Dit gebouw symboliseert de mensheid die in harmonie zou moeten samenleven. In het oude testament is deze tempel en de bouw daarvan in het boek Kronieken terug te vinden. Ieder mens is een bouwsteen. Vrijmetselaars proberen om zichzelf van ruwe stenen tot zogenaamde zuivere kubieken om te vormen, geschikt voor de bouw van de tempel. Daartoe moeten de daden en het handelen van Vrijmetselaars in de rechte verhouding met de medemens staan. Dit uitgangspunt, vermengd met de middeleeuwse kathedralenbouwers, maakt dat instrumenten als de winkelhaak en de beitel en de hamer letterlijk worden gebruikt tijdens de rituele arbeid om zinnebeeldig die rechte verhouding te krijgen.

In het midden van de werkplaats ligt het zogenaamde Tableau. Op dit Tableau zijn allerlei bouwsymbolen afgebeeld en ook is daarop gestileerd de tempel van Salomo terug te vinden. In het midden van het Tableau is de passer en de winkelhaak te zien waartussen de heiligheid van de Opperbouwmeester des Heelals wordt gedacht. Wat onder de Opperbouwmeester des Heelals moet worden verstaan, maakt elke Vrijmetselaar zelf uit. God, Allah, Jahweh of welk ander ordenend principe dan ook. Zolang maar erkend wordt dat er een ordenend principe is dat als schepper van de ons bekende wereld kan gelden. Een echte atheïst hoort dan ook niet thuis binnen een Loge, maar het al dan niet behoren tot een kerkgenootschap of godsdienst is niet relevant, zolang godsdienstige dogma’s maar niet worden gehanteerd. De gelijkheid en de waardigheid van elk mens blijft centraal. Vaak zijn dan ook bijvoorbeeld actieve humanisten onder Vrijmetselaars te vinden.
In het Tableau zijn ook de verhoudingen van de Gulden Snede verwerkt waaraan weer zaken als het pentagram en de vier oerelementen kunnen worden gekoppeld. Dit komt vervolgens allemaal weer terug in de ritualen.

Tenslotte is het relevant om de beide schutspatronen van de Vrijmetselarij te noemen: Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. De eerste getuigde van het licht dat nog moest komen en de andere van het licht dat hij gezien had. Verlichting van de mens en verlichting van zijn daden komt zo ook weer terug in de werkwijze van de Vrijmetselarij.

Als de voorzittend-meester van de Loge vraagt: “Wat doet het Tableau u kennen?”, is het antwoord: “Het beeldt de weg naar het licht uit”.